De oorsprong van de abdij van Binderen.

Door Pierre van de Meulenhof.

Zoals bekend ben ik niet de eerste die zich bezig heeft gehouden met de oorsprong van de cistercienzerabdij van Binderen. Verschillende prominente beroepsgeschiedkundigen hebben hier hun tanden reeds op stuk gebeten. Toch was er nogeen enkel aannemelijk verhaal waarin men het bewijs op tafel legde. Daarom heb ik maar de stoute schoenen aangetrokken en heb me uren lang bezig gehouden met het ontcijferen van de oorkonden uit de 13de eeuw.
En het lijkt ongelofelijk maar ik vond een oorkonde uit 1256 die veel van Helmond en Binderen vertelde en daarom zal ik nu deze oorkonde hierna behandelen: Ex Keizerin Maria, stichteres van het klooster Binderen, oorkont, dat Elisabeth, dochter van Hendrik Bindop heeft erkend, dat ze de goederen van het huis van Helmond die zij in leen hield van haar overleden vader Hendrik Bindop, geen rechten meer op bezit.
Maria schonk, geheel uit vrije wil, aan Elisabeth 30 ponden en 100 schillingen.
In de oorkonde staat:
bona que pie memorie olim Henricus dictus Bindop, miles, a domo de Helmond tenuerat in feodo Ö.
Deze oorkonde is ook te vinden in het oorkondeboek van Noord Brabant geschreven door Camps en daarin staat:
Henricus dictus Bindop miles a domo de Helmont.
Het is waarschijnlijk gemakkelijker te interpreteren wanneer men komma's plaatst:
bona que pie memorie olim Henricus dictus Bindop, miles, a domo de Helmont tenuerat in feodo: dus letterlijk vertaald: de goederen die eertijds wijlen Hendrik genaamd Bindop, ridder, van het (huis van Helmond)( klooster) in leen hield.
Men is geneigd om 'domus' te interpreteren als 'het klooster', omdat in een oorkonde uit 1246 door Maria op die manier verwezen wordt naar het klooster Binderen, zie Camps nr. 225: contuli novelle plantationi que dicitur Locus Imperatricis, Cisterciensis ordinis, quam fundavi prope Helmont, fundum in quo sita est ipsa domus ... (ik heb geschonken aan de nieuwe stichting, genaamd Binderen, van de CisterciŽnzer, die ik gesticht heb bij Helmond, de grond waarop dit huis (= het klooster) is geplaatst.
Er waren ook getuigen opgetrommeld en die werden in de volgende volgorde benoemd.
1 Henricus investitus de Bakele
2 Ywannus investitus de Ricstele
3 Arnoldus de Binderen
4 Boidekinus fratre eius
5 Hendrik de Bakele
6 Gerardus de Ricstele milites
7 scabini quinto de Helmont
Deze namen in een oorkonde zeggen niet veel als men hun verantwoordelijkheid en relaties of functies niet kent. Daarom ga ik hen nu aan u voorstellen:
Henricus de investiet van Bakel, hij is de "pastoor" van de dubbelparochie Bakel en Deurne en bovendien de geestelijk vertegenwoordiger van de abdij van Echternach.
Ywannus de Rixtel investiet van Rixtel is de "pastoor" vande parochie Rixtel en Helmond de kapel in die Haage en bovendien de vertegenwoordiger van de abdij van Floreffe.
Arnoldus van Binderen Boidekinus zijn broer hun functies ken ik niet mogelijk zijn het bewoners van een boerderij bij Binderen.
Hendrik van Bakel, is de wereldlijke meijer van de abdij Echternachs gebied Bakel, Deurne, Vlierden.
Gerardus de Rixtel ridder Gerardus de Rixtel is de heer van Rixtel en bewoner van het kasteeltje genaamd het Gulden Huis.
Maria van Brabant geb. 1189/1190 overl. 1260
Keizerin Gravin Kloosterstichteres
Vader: Hendrik I van Brabant regeert van 1190 tot 1235
Verheft Helmond in 1232 tot stad
Broer: Hendrik II van Brabant regeert van 1235 tot 1248
Begraven in abdij van Villers
Neef: Hendrik III van Brabant regeert van 1259 tot 1261
De vijf schepenen van Helmont die de oorkonde mee mochten zegelen.
De betekenis van deze namen en titels.
Omdat Hendrik investiet van Bakel als eerste wordt genoemd en ook Hendrik van Bakel de wereldlijke vertegenwoordiger van de abdij van Echternach prominent aanwezig is betekend dat de abdij van Echternach de grootste bestuurlijke invloed mag laten gelden in dit gebied van de abdij. Dit betekent, maar dan in mindere mate, dat, Ywannus de Rixtel investiet van Rixtel die optreed namens de abdij van Floreffe met minder genoegen moet nemen. Door beide getuigen is de abdij zowel onder invloed van Echternach als Floreffe (vanaf 1675 Postel) Er moet dus bij Binderen een grens liggen die de invloed van de beide abdijen scheid. Dat kan dus maar alleen maar de Oude of droge of gulden Aa geweest kan zijn die voordat Binderen omgracht werd dwars door het perceel liep.
De aanwezigheid van Ywannus de Rixtel investiet van Rixtel betekend dat de kerk van Rixtel in die tijd de moederkerk geweest moet zijn. Dat Helmond de moederkerk geweest is , zoals oud archivaris Maarschalkerweert betoogd is dus onjuist. Als Helmond de moederkerk geweest was zou er niet de Invertiet van Rixtel maar die van Helmond wel aanwezig geweest zijn. Maar zover bekend was die er geen.
De broers Arnoldus en Boidekinus van Binderen behoren volgens mij niet tot de clericus van de abdij van Binderen omdat ze dan wel een titel zoals dominus of clerici voor hun naam gestaan had. Het moeten dus wereldlijke figuren geweest zijn en omdat ze als getuigen op mochten treden moeten ze minstens drieŽntwintig jaar oud geweest zijn, maar gewoonlijk waren deze lieden al ruim dertig tot vijftig jaar oud, als ze bij zo een belangrijke oorkonden optraden. Daarom ben ik van mening dat de naam Binderen al bestond voordat ex keizerin Maria haar abdij bouwde.
Binderen zal dus wel een toponiem of veldnaam geweest zijn waarnaar mogelijk Hendrik van Bendop zijn naam noemde. Uit alle kaarten blijkt dat geormorfologisch donk met natte beemden er om heen als een hoogte (bult) met beemden er omheen genoemd mag worden. Ik zie in de naam Bendop aanknopingspunten voor de naam Binderen, met dezelfde woordstam -ben- erin sluit dat ook aan bij de vorm -Benderen- zoals Binderen ook wel eens werd genoemd. Tussen Ben-dop en Bin-deren zal wel een taalkundig verband staan, net als met de Deurnese Ben-dert en Ban-dert. Dat waren ook moerassige gebieden. Naar mijn mening is Binderen een grensgeval. wilgen groeien op de grens van water en land, ofwel in ons geval op de grens van moerassig terrein en zandige oeverwal. Het Middelnederlands woordenboek zegt dat het mannelijk woord . -benne- in verband gebracht wordt met een uit teenwilgen gevlochten geheel. Hier dan in de ruimste betekenis van het woord, nl. vlechtwerk, wijzend bijvoorbeeld op de aard van een gemaakte overgang over een beek - een met twijghout gevlochten overgang of voorde. Dat - Benne - in deze streek een veel gebruikt woord was weet ik uitn mijn eigen jeugd. Het aardappel en het wasknijper mandje, dat bestond uit gevlochten wilgen noemde men het "benneke".


klik op de foto voor een vergroting Deze kaart van Helmond lijkt op het eerste aanblik op een militaire kaart van Helmond.
Vooral de stadsversterking als het stroomgebied van de verschillende riviertjes en sloten krijgen veel aandacht. Dit is trouwens de eerste kaart van Helmond waar men de rivier de Aa nog getekend ziet waar later het kanaal zal komen. Mogelijk is het een kaart die gemaakt is in opdracht van Maurits toen die in 1602 Helmond overviel en onveilig maakte.
Deze uitsnede laat de omgeving van Binderen zien en het Roybrugske dat de brug was over de weg naar Aerle, Lieshout, Nijnsel naar St. Oedenrode.
Nu een uitsnede van het gehele terrein van Binderen nauwkeurig getekend zoals u ziet. Vooral het binnenterrein is interessant.
klik op de foto voor een vergroting

De kerk van Rixtel

Volgens Th. Ing. Welvaarts de archivaris van de abdij van Postel staat in het archief van de abdij van Postel dat de kerk van Rixtel al in 1173 bestond. Het patronaatsrecht zowel van de kerk van Rixtel als die van Helmond werd opgedragen aan de abdij van Floreffe en deze schenking werd op 25 maart 1178 door paus Alexander bevestigd. Later ontstond over dit patronaatsrecht een meningsverschil tussen de genoemde abdij en de hertog van Brabant dat na berechting door de abdij in haar voordeel werd beslist.
Zoals door mij reeds gememoreerd is Rixtel de moederkerk van Helmond. Nadat zij naar de Kerkstraat was verplaatst en tot hogere rang gekomen was liet ze haar moeder in de steek.
De kerk van Rixtel was nadien in 1520 reeds afgedaald tot de rang van filia (dochter) of appendix (klein aanhangsel). Dat gaf voor de parochianen van Rixtel veel ongerief en ze beklaagden zich over de priester dat die meestal in Helmond was. Dit resulteerde in een verzoek van Jonker Jacob Oudart, de heer van Rixtel, om tot scheiding van de twee kerken over te gaan. Op 11 augustus 1586 beval den Bisschop van Den Bosch dat, na deze bekendmaking op de deuren van beide kerken, de scheiding een feit was.

Bron: Eindhovens Dagblad d.d. 12 maart 2011
Bron: Eindhovens Dagblad d.d. 19 maart 2011